Vrijstelling leerplicht

De letter van de wet: lees goed wat er staat. Er bestaat een hardnekkig misverstand dat op talloze websites en blogs wordt herhaald, tot in de rechtbank aan toe: dat je vrijstelling zou moeten ‘aanvragen‘. Niets is minder waar. Ouders beslissen daarin, ouders doen beroep op vrijstelling. Voldoet de vrijstelling aan de wet, dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege. NIEMAND beoordeelt jouw keuze dus, hoewel veel mensen in het onderwijs, het gemeentelijk apparaat, bij de rijksoverheid of bij het openbaar ministerie dit liever verzwijgen of gewoon ontkennen. Als ouder doe je beroep op vrijstelling.

De volledige leerplichtwet vind je hier.

§ 3. Vrijstellingen

Artikel 5. Gronden voor vrijstelling van inschrijving

De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te zorgen, dat een jongere als leerling van een school onderscheidenlijk een instelling staat ingeschreven, zolang

  • a. de jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten;

  • b. zij tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning – of, indien zij geen vaste verblijfplaats hebben, op alle binnen Nederland – gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen hebben;

  • c. de jongere als leerling van een inrichting van onderwijs buiten Nederland staat ingeschreven en deze inrichting geregeld bezoekt.

In geval van beroep op vrijstelling artikel 5 sub a komt ook artikel 7 ter sprake.

Artikel 7. Lichamelijke of psychische ongeschiktheid

Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder a kan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring van een door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, aangewezen arts – niet zijnde de behandelende arts – of van een door hen aangewezen academisch gevormde of daarmede bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagoog of psycholoog is overgelegd, waaruit blijkt, dat deze de jongere niet geschikt achten om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden.

In geval van vrijstelling is het zo dat ouders daar een beroep op doen. Er is geen toestemming nodig, je hoeft niets aan te vragen, er hoeft niets te worden goedgekeurd.

Er is veel onduidelijkheid over vrijstellingen omdat het nog niet zo vaak voorkomt en vooral omdat er geen juiste kennis is. Daarom hier de letter van de wet.

Voor meer info over 5a en de wet kun je hier lezen.

Onder andere: “Hieronder een bestand van “Handreiking snel terug naar school”. Hierin wordt duidelijk dat de leerplichtambtenaar niet het protocol van het beroep op 5a volgt maar het protocol verzuim.

2handboek_leerplicht_po_feb_2014_highlighted.pdf”.
Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder b doe je voor de eerste keer uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag en vervolgens jaarlijks voor 1 juli.
b. zij tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning – of, indien zij geen vaste verblijfplaats hebben, op alle binnen Nederland – gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen hebben;

IVRK – Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind

Ieder kind, waar ook ter wereld, heeft rechten. Deze rechten zijn, naast algemene verdragen, tevens vastgelegd in een speciaal op kinderen gericht verdrag: het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Artikel 3 van het IVRK bepaalt, dat het ‘belang van het kind’ altijd de eerste overweging moet zijn bij alle maatregelen betreffende het kind. Dit leidende beginsel doet zijn invloed gevoelen in de gehele lezing van het IVRK. Een belangrijke doelstelling van het verdrag is immers de ‘volledige en harmonische ontplooiing van de persoonlijkheid van ieder kind’. Bij de verwezenlijking van de in het IVRK geformuleerde rechten vervullen de ouders een spilfunctie. Zij hebben de taak ‘te voorzien in passende leiding en begeleiding bij de uitoefening door het kind van de in het Verdrag erkende rechten’, zo bepaalt artikel 5 van het Verdrag. De overheid dient alles te doen wat in haar vermogen ligt om de ouders daarbij te ondersteunen (artikel 18).*

*bron:

https://juridischeuitgeverij.nl/product/rechten-van-het-kind-en-ouderlijke-verantwoordelijkheid/

Advertisements